De vraag naar energie is sinds de industriële revolutie fors toegenomen. Vandaag de dag is het voor de meeste mensen zelfs ondenkbaar dat ze het zonder enige vorm van energie zouden moeten stellen. Toch is er veel te doen tegenwoordig over de diverse vormen van energie die men kan gebruiken. Indien men namelijk gebruik maakt van zogenaamde fossiele brandstoffen dan maakt men niet alleen gebruik van een steeds schaarser wordend product maar tevens van een erg vervuilende energiebron.
Windenergie daarentegen is onuitputbaar en levert bovendien geen afstoffen op die moeten worden verwerkt of in de lucht terecht kunnen komen en de aarde alsmaar meer opwarmen. Wind vrijwel overal op aarde aanwezig waardoor deze vorm van energie in theorie op elke plaats op kan worden gewekt. Toch ziet men met name veel windmolens en windturbines aan de kust (en zelfs soms voor de kust in zee), op grote open vlaktes en op hoge gebouwen. Dit zijn immers de plaatsen waar men de meeste wind op kan vangen en men dus de meeste energie op kan wekken.
Voor het opwekken van energie met behulp van de wind is relatief maar weinig wind nodig. Al bij een windkracht van drie Beaufort is het vandaag de dag mogelijk om een windmolen of –turbine in werking te stellen en dus energie op te wekken. Men kan dus al snel gebruik maken van schone en duurzame energie waardoor er steeds minder conventionele vervuilende energie hoeft te worden gegenereerd door de energiebedrijven. Dit bespaart aanzienlijk op energiekosten.