Een stroomgenerator wekt bruikbare stroom op uit mechanische energie. Bij een generator wordt de inkomende energie door een roterende as omgezet in een elektrische energie waarbij de omzetting berust op het feit dat zodra een elektrische geleider door een magnetisch veld bewogen wordt er een elektrische spanning ontstaat. Wanneer er in een dergelijk geval sprake is van een gesloten circuit dan zal er een stroom beginnen te lopen.
Stroomgeneratoren kan men in twee soorten onderverdelen namelijk de wisselstroom- en de gelijkstroomgenerator. Een wisselstroomgenerator wordt ook wel eens een alternator genoemd en is op zijn beurt weer onder te verdelen in een driefasige alternator, welke eveneens als een driefasige wisselstroomgenerator maar meer nog een turbogenerator wordt betiteld, en hiernaast is er nog een éénfasige alternator. Dit is een gelijkstroomgenerator die ook wel een dynamo wordt genoemd.
De werking van een stroomgenerator berust op het natuurkundige principe van de inductie. Inductie is het verschijnsel waarbij er over een geleider een elektrische spanning wordt opgewekt op het moment dat deze geleider zich in een magnetisch veld bevindt dat aan verandering onderhevig is of zodra een geleider zich in een magnetisch veld zal bewegen. Om stroom op te wekken heeft een generator daarom tenminste twee onderdelen nodig te weten een elektromagneet om het magnetisch veld op te wekken en één, of drie spoelen gemaakt van koperdraad waarin de spanning geïnduceerd wordt. De machine is opgebouwd uit twee delen: de stator (stilstaand deel) en de rotor (ook het anker genoemd en is het roterende deel).