Het chronische obesitas, dat waarschijnlijk ontstaat door erfelijke aanleg en beïnvloed wordt door de zgn. omgevingsfactoren, doet zich voor wanneer op een risicovolle manier te veel vet in het lichaam wordt opgeslagen. Bij omgevings-factoren valt te denken aan te hoge voedingsconsumptie, te weinig beweging en/of bepaalde medicijnen. Ook depressie kan leiden tot kans op zwaarlijvigheid. De totale vetopslag in het lichaam is risicovol wanneer het overtollige vet niet alleen op een ongunstige manier binnen het lichaam is verdeeld, doch het gewicht tevens 25% of meer hoger is dan het gezonde niveau en daardoor gezondheidsrisico’s gaat opleveren.
Overtollig vet dat opgeslagen wordt in de borstwand en onder het middenrif kan druk veroorzaken op de longen, hetgeen tot kortademigheid en ademhalingsproblemen aanleiding kan geven. De ademhalingsmoeilijkheden kunnen uitlopen in ernstige slaapstoornissen en slaapapneu. Ook orthopedische klachten (lage rugklachten, toe- nemende artroseproblemen in heupen, knieën en enkels); huidaandoeningen; oedeemvorming in voeten en enkels; hoge bloeddruk; verhoogd cholesterolgehalte; diabetes (type 2) als ook toenemende kans op kanker en psychische problemen kunnen met corpulentie gepaard gaan.
Voor de behandeling van obesitas zijn programma’s ontwikkeld. Zo bestaat er een intensieve behandeling die gericht is op verandering van gedrag met het oog op voeding en beweging binnen het kader van de levenskwaliteit. Overigens wordt er een aantal meetmethoden gehanteerd op basis waarvan de gezondheidsrisico’s ten opzichte van het lichaamsgewicht in kaart worden gebracht. Deze meetmethoden zijn BMI (index gewicht:lichaamslengte); middelomtrek (maat vethoeveelheid in de buikholte); middel – heupratio (middel/ heupverhouding); huidplooimeting en impedantiemeting (bepaling lichaamsvet).